Persberichten
Antenne, het tweemaandelijks bulletin van de VPTZ voor haar vrijwilligers
'In het begin werd er óver allochtonen nagedacht, maar ze werden er niet vanaf het begin bij betrokken'
Hacer Bircan is sinds maart 2008 projectcoördinator van het etnische-diversiteitsproject bij de Stichting Leendert Vriel Enschede (LVE). Binnenkort zwaait ze af, na een periode van intensieve samenwerking met allochtone sleutelfiguren, de vaste coördinatoren en de vrijwilligers van LVE. Op de valreep van haar vertrek interviewt Jos Somsen, beleidsmedewerker diversiteit bij het Landelijk Steunpunt VPTZ, Hacer over haar ervaringen.
Interview met Hacer Birkan
Wat sprak jou aan in het VPTZ-diversiteitsproject in Enschede?
De manier waarop de zorg voor stervenden is georganiseerd. In Turkije werden vroeger veel stichtingen opgezet om met vrijwilligers anderen te helpen. Dat wordt 'vakif' genoemd: In heel uitgebreide vorm werd allerlei dienstverlening opgezet voor mensen die het minder goed hadden. Vrijwilligers zetten bijvoorbeeld verzorgingshuizen op voor zieken, en er waren organisaties die kosteloos eten verzorgden. In de Turks-Nederlandse gemeenschap wordt wel veel voor elkaar gedaan door buren, familie of kennissen of binnen een culturele vereniging of moskee. Maar zulke uitgebreide hulp aan mensen buiten je directe kring zie ik hier niet meer. Ik vind het heel leuk om dat nu in de Nederlandse maatschappij weer terug te zien. Toen jij me de eerste keer belde voor dit project, had ik het heel druk. Toch maakte ik er tijd voor, omdat zowel het onderwerp, als de werkwijze me interesseerde. Bij eerdere projecten had ik me vaak geërgerd: Er werd óver allochtonen nagedacht, maar de allochtonen werden er zelf niet van het begin af aan bij betrokken. Bij de uitvoering komt men wel bij allochtonen uit, maar dan wordt al gauw gezegd: 'Ze willen niet, ze doen niet mee.' De manier waarop het Landelijk Steunpunt het aanpakte, was voor mij belangrijk: 'We gaan het gesprek aan, en welke richting we daarna op gaan dat wordt bepaald door die gesprekken.'
Uit die gesprekken kwamen actiepunten voort, op basis waarvan een projectplan werd geschreven. De Stichting Leendert Vriel Enschede werd trekker van het project en jij werd aangesteld als projectcoördinator. Hoe heb je je werk bij LVE ervaren?
Plezierig, vooral de samenwerking met de collega-coördinatoren. Het zijn bijzondere mensen, heel open. En ook de samenwerking met de vrijwilligers in de werkgroep diversiteit. Ik heb grote bewondering voor alle vrijwilligers, heel bijzonder dat die mensen dag en nacht zich inzetten voor hun naasten. Dit project maakt verbinding tussen mensen van allochtone en autochtone afkomst. Informatiebijeenkomsten in allochtone groepen over het werk van LVE leiden tot wederzijdse nieuwsgierigheid: 'Hoe doen jullie dat dan, hoe gaat het bij jullie?' We delen veel gevoelens rondom de dood met elkaar, ook al uit zich dat soms anders. Twee personen van verschillende afkomst die beiden iemand verloren hebben, kunnen elkaar vaak veel beter begrijpen dan twee Turken die die ervaring niet met elkaar delen.
Wat heeft dit project de vrijwilligers van LVE opgeleverd?
Belangrijk leerpunt voor de vrijwilligers was dat ze ontdekten dat ze eigenlijk al goed bezig waren. In eerste instantie zeiden ze: 'We moeten een cursus krijgen over die culturen, we weten er te weinig van.' Je leert daar een heleboel, maar dan beleven de mensen waar je bij komt, het toch weer heel anders. Het is soms wel handig om iets te weten, maar je hebt het niet echt nodig om dit werk te kunnen doen. Veel belangrijker is sensitiviteit, en vooral niet bang zijn om vragen te stellen of om elkaar te kwetsen. Je kunt het beter vragen als je het niet begrijpt dan rond te blijven lopen met de vraag 'Wat is dit nou?'. Als je met een open houding binnen komt, met interesse en respect, vinden mensen het niet erg als je iets bespreekbaar maakt.
Het project heeft ook gemaakt dat de deelnemers meer open staan voor andere culturen, er kwam meer begrip. In een vrijwilligersbijeenkomst gaf ik de volgende opdracht: 'Je gaat nu naar een ander land. Je blijft daar, je weet niet hoe lang, misschien kom je wel niet terug. Wat wil je meenemen vanuit je eigen land?' De vrijwilligers noemden van alles: Kaas, eigen tv, enzovoort. Eén van de vrijwilligers zei: 'Ik schaam me dood om dat nu te noemen, maar al die dingen waarop ik kritiek heb bij allochtonen, dat wil ik ook: Eigen krant, eigen tv, eigen taal, ook voor de kinderen.' Het was een leuke opdracht om empathie te ontwikkelen.
Wat heeft het de stichting LVE verder opgeleverd?
Meer kleur. Met dit project verbreed je je visie op 'er zijn' voor 'een ieder'. De organisatie is in gesprek gekomen met allochtonen, die hebben een gezicht gekregen. LVE is nu ook bekender onder allochtone verwijzers, vooral in allochtone thuiszorgorganisaties. Die zijn enthousiast als ze er over horen en willen samenwerken. Via zulke thuiszorgorganisaties hebben we drie hulpvragen uit allochtone gezinnen gekregen, in één Syrisch-orthodox gezin hebben we daadwerkelijk ingezet, zo'n vier maanden lang. Die inzet was heel leerzaam. Er kwamen vragen naar boven over wat 'er zijn' in dit geval betekende. Bijvoorbeeld: Er waren vaak veel mensen op bezoek. De ene vrijwilliger pakte het meteen op: 'Ik leeg de vaatwasser wel even', 'ik ga stofzuigen', terwijl de andere vrijwilliger dat niet deed. Die eerste vrijwilliger doet het uit eigen beweging, maar daardoor wordt wel de verwachting gewekt dat iedere vrijwilliger komt om huishoudelijke taken te doen. We hebben steeds met de betrokken vrijwilligers en met de mevrouw besproken hoe we hier mee om gingen.
Allochtone gezinnen zullen vaak niet zo gemakkelijk iets vragen. Deze mevrouw moest bijvoorbeeld naar zwemles. De vrijwilliger zou pas om 11.00 komen, maar zij moest om 10.00 weg. Als de vrijwilliger kwam, zat er altijd iemand anders. Vanuit de organisatie wil je haar ondersteunen op een manier die bij haar past. Maar zij denkt: 'Het is al vrijwilligerswerk, dan kun je niet ook nog vragen of het een uurtje eerder kan.' Let dus op de signalen. Niet zelf gaan invullen, maar vraag wat er aan de hand is
.Wat heeft het project opgeleverd voor de allochtone gemeenschap?
Meer openheid. Bij Turken leven ook vooroordelen over Nederlanders, ze vinden bijvoorbeeld dat ze ouderen in bejaardenhuizen stoppen. Het is dan een eye-opener dat er zo'n stichting is. Ze vinden het een goed initiatief en hebben respect en bewondering voor de vrijwilligers.
Het is bij veel allochtonen niet gebruikelijk om over de naderende dood te praten. Binnen LVE maak ik het anders mee. Een vrijwilliger vertelde tijdens een evaluatieochtend dat een cliënt haar eigen rouwadvertentie voor in de krant had opgesteld. Vlak voor haar overlijden zei ze tegen de vrijwilliger: 'Tot in de krant!'. Toen ik dat aan een Turkse vrouw vertelde, was ze verrast. Ze vond het geloof ik wel een leuke gedachte, ergens niet over praten brengt ook spanning met zich mee. Met zo'n project laat je zien dat het anders kan, dat mensen een keuze hebben om het anders te doen. Ook andersom: Nederlanders zien ook dat het anders kan. Vaak weet iedereen in een allochtone familie wel wat er aan de hand is zonder dat je er openlijk over praat. Iedereen bereidt zich voor op wat er gaat gebeuren, op een indirecte manier wordt gevraagd of iemand nog wensen heeft, nog mensen wil zien. Dat is ook goed.
Naarmate er in de gemeenschap meer over gesproken wordt, hebben mensen steeds meer echt de keuze om wel of niet ondersteuning in te schakelen. Eén keer informatie geven is niet voldoende, dan is iemand nog niet in staat een mening te vormen of wensen te formuleren. Maar een tweede keer komt het gesprek op gang, je ziet dat deelnemers er over na gaan denken, ook na de bijeenkomst. Dan nemen ze bijvoorbeeld folders mee, zodat ze er met hun kinderen over kunnen praten.
De aandacht voor allochtone groepen moet blijven, zodat de keuze steeds opnieuw benoemd wordt. Dit geldt natuurlijk ook voor autochtoon Nederlandse inwoners van Enschede: Je moet regelmatig artikelen in de krant hebben. Maar die informatie bereikt allochtone groepen niet. Je moet de informatie blijven herhalen op een manier die toegankelijk is voor allochtonen. Daarom zal de werkgroep diversiteit doorgaan met informatiebijeenkomsten, ook als ik in maart 2010 hier stop als coördinator.
Bron: © Antenne, het tweemaandelijks bulletin van de VPTZ voor haar vrijwilligers