Persoonlijke verhalen

Van een mantelzorger

'Toen bij mijn vrouw een hersentumor geconstateerd werd, stortte onze wereld in. Ze ging van de ene dag op de andere de ziektewet in en ik werd van de ene op de andere dag mantelzorger. Ze werd al snel erg ziek en de wijkverpleging kwam geregeld over de vloer om haar thuis te verzorgen. Vanuit die instantie werden we op een gegeven moment gewezen op de vrijwilligers van de stichting Terminale Thuiszorg.'

'Het duurde voor mijn vrouw wel even voor ze aan het idee gewend was. Een vreemde in huis om haar gezelschap te houden - eerst vond ze het maar niets. Maar voor mij was het prettig om even de deur uit kunnen in de wetenschap dat er iemand bij haar was. Mijn vrouw wende snel aan de situatie. Van één dagdeel werd het al gauw uitgebreid naar twee. En als de vrijwilliger een keertje moest overslaan, vonden mijn vrouw en ik dat allebei jammer.'

'Toen ze steeds hulpbehoevender werd, kwamen de vrijwilligers ook 's nachts. Het werd zo steeds duidelijker dat de vrijwilligers belangrijk zijn voor beide partijen. Voor mijn zieke vrouw, maar ook voor mij. De zorg is zwaar en intens. Ik was in die tijd blij als ik de deur weer kon opendoen voor een vrijwilliger. Het mooie van de vrijwilligers was dat zij onze eigen ideeën over omgaan met een zieke respecteerden. In een ziekenhuis heb je je toch veel meer aan te passen. Mijn vrouw is nu thuis in alle rust overleden. De verzorging thuis was onmogelijk geweest zonder de hulp van vrijwilligers. Zonder hen zou ik zelf patiënt geworden zijn.'

Bron: 'Tijd als geschenk' (Uitgave VPTZ Nederland, Bunnik, tweede druk 2002)

1 | 2 | 3